Er is geen beeld dat sterker met Alkmaar wordt verbonden dan dat van de kaasdragers die met glimmende berries vol Goudse kazen over het Waagplein draven. De kaasmarkt is het visitekaartje van de stad, en tegelijk een levend stuk geschiedenis dat al eeuwen op dezelfde plek wordt opgevoerd.
Wanneer de markt wordt gehouden
De kaasmarkt vindt plaats op vrijdagochtend, van het vroege voorjaar tot in het najaar. In de zomermaanden komt daar in de avond een extra markt bij, bedoeld voor bezoekers die overdag niet kunnen. De data van het seizoen worden elk jaar vooraf bekendgemaakt, dus wie van ver komt kijkt even op de kalender voordat hij in de auto stapt.
Hoe het gilde werkt
Het kaasdragersgilde bestaat uit vier veemen, elk met een eigen kleur hoed, rood, groen, blauw en geel. Aan het hoofd staat de kaasvader. De dragers werken twee aan twee met een berrie, een houten draagbaar waarop tot enkele honderden kilo’s kaas ligt, en lopen met een kenmerkende verende tred zodat het gewicht meeveert. Het is geen theater voor de toerist maar een gilde met eigen regels, boetes voor wie te laat komt en een traditie die generaties teruggaat.
Het verloop van de ochtend
- De kazen liggen in rijen op het plein, klaar voor de keuring.
- De handelaren keuren de kaas met ruiken, kruimelen en proeven.
- Er wordt onderhandeld met handjeklap, waarbij de prijs met handslagen wordt vastgelegd.
- De dragers brengen de verkochte partijen naar de waag.
- Bij de waag wordt gewogen en vastgelegd, en dan gaat de partij mee.
Waar je goed staat
Het plein loopt vol, dus wie iets wil zien, komt ruim voor aanvang. Rond de waag en langs de rand van het plein is het het drukst. Iets verder naar de Mient of langs het water heb je meer ruimte en nog steeds zicht op de dragers die af en aan lopen. Wie met kleine kinderen komt, kiest een plek waar ze op een muurtje of een fiets kunnen staan, want tussen de volwassenen zien ze weinig. Terrassen rond het plein zijn op vrijdagochtend vroeg bezet.
De Waag en het kaasmuseum
Het waaggebouw aan het plein is zelf al een bezienswaardigheid, met zijn toren en het carillon waarin op vaste momenten een ruitertoernooi rondrijdt. In het gebouw zit het Hollands Kaasmuseum, waar het verhaal van de kaasproductie, de handel en de gilden wordt verteld. Een bezoek daaraan na afloop van de markt maakt het beeld compleet.
Eromheen
Combineer de markt met een wandeling door de binnenstad. De Langestraat en de Laat liggen om de hoek, op zaterdag staat de bloemenmarkt op de Mient, en de grachten met de Accijnstoren aan het Verdronkenoord zijn op een paar minuten lopen. Wie de kaas mee naar huis wil nemen, vindt in de straten rond het plein kaaswinkels waar je kunt proeven voordat je kiest.
Praktisch
Kom op de fiets of met het openbaar vervoer als het kan. Op kaasmarktdagen is het rond het plein afgesloten voor autoverkeer en zijn de parkeergarages aan die kant van het centrum het eerst vol. Vanaf station Alkmaar loop je in ongeveer een kwartier naar het Waagplein, dwars door de binnenstad, wat op zichzelf al een mooie route is.
Het gilde van binnenuit
Kaasdrager word je niet zomaar. Nieuwe leden doorlopen een periode waarin ze het vak leren, want lopen met een berrie is zwaarder dan het lijkt en de tred moet exact gelijk zijn met die van je maat. Elk veem heeft een tasman die de administratie doet en de kazen telt, en boven alles staat de kaasvader. Er gelden eigen regels en er worden boetes uitgedeeld voor kleine vergrijpen, van te laat komen tot een scheve hoed. Die regels zijn eeuwenoud en worden nog steeds toegepast, met een ernst die van een afstand komisch oogt en van dichtbij precies de reden is dat de traditie leeft.
Kaas kopen na afloop
De kazen op het plein zijn handelspartijen, dus die koop je niet als bezoeker. Wel staan er rond het plein kramen en zitten er in de omliggende straten kaaswinkels waar je kunt proeven voordat je kiest. Vraag om jong belegen, belegen en oud naast elkaar, dan proef je waar het verschil zit. Wie de kaas mee naar het buitenland neemt, kan om vacuumverpakking vragen. Binnen Europa is dat geen probleem, daarbuiten gelden per land eigen regels voor zuivel.


